Multinationals willen flexibele maar houdbare pensioenregeling

Multinationals moeten op korte termijn belangrijke knopen doorhakken over de vormgeving van een nieuwe pensioenregeling voor hun personeel. De risico’s van de huidige pensioenregelingen vinden ze te groot maar ze worstelen met de vraag hoe ze het pensioenrisico op een verantwoorde wijze bij de werknemer kunnen leggen.

Deze uitkomsten blijken uit een internationaal onderzoek dat PwC onder 114 Fortune 500-multinationals heeft gehouden. Tezamen zijn deze multinationals goed voor een pensioenvoorziening van 950 miljard dollar en 4,7 miljoen werknemers.

De nieuwe pensioenregeling moet klaar zijn voor de toekomst. Dat houdt in dat de regeling voor de werknemer de nodige flexibiliteit bevat, voor de werkgever uit kostenoogpunt beheersbaar is en de reputatie van multinationals als aantrekkelijke werkgever in stand laat.

Uit het onderzoek komt naar voren dat nagenoeg alle multinationals af willen van hun traditionele defined-benefitregeling, waarbij de werkgever de kosten en risico’s van het verstrekken van het pensioen draagt. Zo blijkt dat negen van de tien multinationals actief bezig is met het invoeren van de zogenoemde defined-contributionregeling als belangrijkste pensioentoezegging. Dit houdt in dat de risico’s van de pensioenregeling voor rekening van de werknemer komen in plaats van de werkgever.

Bij de inrichting van een nieuwe pensioenregeling willen multinationals wel hun verantwoordelijkheid blijven nemen en hun personeel helpen naar passende pensioen- en spaarregelingen. Hoe ze dit ‘new paternalism’ vorm moeten geven, is voor velen nog een vraag. Ook willen zij als werkgever ondersteuning bieden bij het nemen van weloverwogen beslissingen over de oudedagsvoorziening en zien ze in dat in een steeds sneller veranderende wereld werknemers in hun pensioenregeling meer flexibiliteit moeten krijgen.

Het vinden van een passende oplossing voor een complex pensioenvraagstuk vereist een gedegen advies en een weloverwogen beslissing.