Groeiend besef in Nederland dat open innovatie de toekomst heeft

16 september 2013 - Nederlandse bedrijven zetten in toenemende mate in op open innovatie en ketensamenwerking. Uit de nieuwe Global Innovation Survey van PwC blijkt dat 42 procent van de Nederlandse bedrijven de voorkeur geeft aan open innovatie, tegen 32 procent wereldwijd. Ze stappen af van het traditionele proces van productontwikkeling waarbij het op de markt brengen van nieuwe technologieën en producten binnen de muren van de organisatie plaatsvond. In plaats daarvan zijn ze bereid hun R&D faciliteiten open te stellen of richten ze samenwerkingsverbanden op met partners.

Bedrijven kiezen in toenemende mate voor open innovatie. Sommigen stappen zelfs helemaal af van het opbouwen van patentportefeuilles. Ze werken in hun productieketen samen met kenniscentra, leveranciers én concurrenten om ideeën zo snel mogelijk naar de markt te kunnen brengen. Dat uit zich onder andere in de komst van zogenaamde innovatieclusters, zoals Energy Valley in Noord-Nederland – waar partijen zich organiseren rondom energie-innovaties – en de Brainport regio Eindhoven, dat zich focust op industriële high tech.

Volgens PwC-partner Sander Kranenburg heerst er een groeiend besef in Nederland dat we niet alles zelf kunnen bedenken en dat vervolgens ook voor onszelf kunnen houden. “Er is in Nederland minder schroom om producten te ontwikkelen in samenwerking met andere bedrijven, toeleveranciers, universiteiten en eindgebruikers. Bedrijven zien in dat als je je leveranciers mee laat denken over het eindproduct, je niet meer alles op eigen kosten en risico in eigen huis hoeft te ontwikkelen. Daardoor worden processen versneld en maakt men gebruik van een groter aantal knappe koppen.” Uit de enquête blijkt wel dat bedrijven huiverig zijn om op het gebied van open innovatie de samenwerking aan te gaan met concurrenten. Klanten (92%) en strategische partners (88%) krijgen duidelijk de voorkeur boven de concurrentie (14%).

Kranenburg stelt dat bedrijven daardoor mogelijk kansen missen: “Een deel van Nederland is al gewend om te werken vanuit open innovatie, dat is een voordeel. Door samen te werken met concurrenten open je nieuwe kennisnetwerken, sta je sterker in de contacten met de politiek, kun je sneller in aanmerking komen voor subsidiering en infrastructurele ondersteuning.” Kranenburg denkt dat het breed omarmen van open innovatie ertoe bij kan dragen dat Nederland op den duur weer zal stijgen op de ranglijst van concurrerende economieën.