Meer prikkels om integrated reporting succes te maken

Meer prikkels om integrated reporting succes te maken

14 juni 2013 - De wetgever moet beter duidelijk maken welke niet-financiële informatie in het jaarverslag moet staan en bestuurders moeten zich persoonlijk verantwoordelijk gaan voelen voor het geven van inzicht. Dat stellen Erik Roelofsen, hoogleraar kapitaalmarktcommunicatie aan de Rotterdam School of Management, en PwC-partner Robert van der Laan in het Financieele Dagblad.

Het opiniestuk in het FD is een verkorte versie van het inleidende hoofdstuk van het boek ‘Voorkauwen of vaag houden’, waarin Roelofsen en Van der laan ingaan op de toekomst van verslaggeving. Lees hieronder het gehele artikel:

Publieke verslaggeving door ondernemingen is al decennialang in discussie, maar het debat is statisch. Het conceptraamwerk voor ‘integrated reporting’ verandert daar niets aan, zolang bestuurders bang zijn afgerekend te worden, commissarissen niet met de vuist op tafel slaan en beleggers geen interesse tonen.

Jenkins Committee

Het conceptraamwerk van de International Integrated Reporting Council is met veel enthousiasme ontvangen. Bestuurders en stakeholders van de onderneming onderschrijven de uitgangspunten. Door het integreren van financiële en niet-financiële informatie ontstaat een beter inzicht in organisaties. De voorstellen zijn niet nieuw. Al in 1992 rapporteerde het Jenkins Committee vergelijkbare aanbevelingen.

Waarom gebeurt er dan zo weinig? Omdat er obstakels zijn zoals vrees voor meer regels, gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel, de wet van de remmende voorsprong en desinteresse onder beleggers.

De angst voor meer regels maakt bestuurders sceptisch. Met de introductie van IFRS in 2005 is er een enorme hoeveelheid regelgeving rond de jaarrekening bijgekomen. De nadruk ligt op naleving, maar volgens velen heeft dit de relevantie van verslaggeving geen goed gedaan. Het gevolg is dat de formele verslaggeving is verworden tot een sideshow naast de veel meer relevante informele contacten in conference calls, analistenpresentaties en één-op-één-gesprekken.

Reputatieverlies commissaris

Er heerst daarom terughoudendheid om de niet-financiële verslaggeving in eenzelfde beklemmend keurslijf te gieten. Ook commissarissen drukken niet door. Transparantie over strategie en waardecreatie kan wel goed zijn voor de onderneming en de beurswaarde, maar daarmee is nog niet gezegd dat dit opweegt tegen het risico van persoonlijk reputatieverlies als de gewekte verwachtingen niet worden behaald. Een commissaris slaat niet snel met zijn vuist op tafel als het om verslaggeving gaat.

Daarbij komt de wet van de remmende voorsprong. Veel bestuurders die in de kern positief staan tegenover betere verslaggeving, zijn toch terughoudend om voorop te lopen. De implementatiekosten spelen een rol, maar bestuurders zijn ook terughoudend om met verslaggeving de aandacht op zich te vestigen. Het gevolg is dat niemand echt iets doet. De verslaggeving wordt hooguit wat opgepoetst, maar er worden weinig fundamentele verbeteringen doorgevoerd.

Beleggers en analisten oefenen nauwelijks druk uit. Institutionele beleggers en analisten zitten met het bestuur aan tafel en krijgen het beste inzicht van iedereen in de onderneming. Er is weinig enthousiasme om dat publiekelijk in de verslaggeving te delen. Kleinere beleggers en andere stakeholders hebben op hun beurt te weinig invloed om betere verslaggeving af te dwingen.

Tegelijk de stap nemen

De spelers houden elkaar gevangen. Om dit op te heffen is het nodig dat meerdere ondernemingen tegelijk, gesteund door hun commissarissen, de stap nemen. Bestuurders moeten zich persoonlijk verantwoordelijk gaan voelen voor het geven van inzicht. Daarvoor is meer richting van de wetgever nodig over wat er aan niet-financiële informatie in het jaarverslag moet staan.

Het boek ‘Voorkauwen of vaag houden’ is te bestellen via de link aan de rechterkant van de tekst. Daar vindt u ook de trailer van het boek.