Accountant moet belegger helpen risico vast te stellen



Iedere belegger weet: beleggen doe je op basis van een afweging tussen rendement en risico. Accountants hebben altijd een belangrijke rol vervuld in het bepalen van het rendement, maar een kleine rol in het inschatten van risico. Ontwikkelingen in de wetenschap en de toegenomen aandacht voor risico’s als gevolg van de crisis, tonen aan dat dit anders moet, maar veel accountants zien dit nog niet.

Dat stelde ex-PwC’er en hoogleraar kapitaalcommunicatie Erik Roelofsen begin februari in het Financieele Dagblad. Integrated reporting specialist Robert van der Laan van PwC reageerde een aantal dagen later op het artikel met een ingezonden brief in het FD. Het gehele artikel en de reactie zijn hieronder te lezen:

De leerboeken schrijven al jaren dezelfde manier voor om een beleggingsanalyse te maken. Het toekomstig rendement schat je in op basis van de — subjectieve — winst die accountants rapporteren, maar voor het inschatten van de risico’s heb je geen accountant nodig. Die kun je inschatten op basis van — objectieve — historische beurskoersen met het ‘capital asset pricing model’.

Dat klonk ooit heel aantrekkelijk, maar na bijna vijftig jaar proberen blijkt het te mooi om waar te zijn. De risico- inschattingen op basis van historische beurskoersen blijken onvolledig en onnauwkeurig te zijn. De wetenschap overweegt nu steeds vaker of we toch niet ook de jaarverslaggeving moeten gebruiken voor het inschatten van risico. Dit is potentieel een grote revolutie in het gebruik van verslaggeving. Het gekke is dat accountants dit nog nauwelijks beseffen.

Binnenskamers twijfelen wetenschappers al zeker twintig jaar aan wat zij in de collegezaal doceren over het bepalen van risico. Eerst begonnen ze een aantal andere factoren dan puur historische beurskoersen mee te nemen bij hun inschattingen, zoals bijvoorbeeld de omvang van de onderneming. Deze factoren waren eenvoudig waarneembaar, maar ook dit bleek onvoldoende te helpen. Inmiddels gelooft bijna niemand meer dat de oude modellen toereikend zijn. Het lukt gewoon niet om alleen op basis van koersen het risico goed te bepalen. Verder is de afgelopen jaren gebleken dat de traditionele modellen vooral slecht zijn in het meten van extreme risico’s.

Mede door de crisis ontstaat nu het besef dat men voor de inschatting van risico veel dichter bij de bron van risico moet zitten. Met meer specifieke risicofactoren moet het mogelijk zijn om tot een betere inschatting te komen van risico dat niet kan worden opgeheven door spreiding van de beleggingsportefeuille.

Financiële risicofactoren liggen voor de hand, maar inmiddels zijn er ook veel aanwijzingen dat niet-financiële risico’s een belangrijke systematische component in zich dragen. Denk aan goed bestuur, innovatie, vertrouwen van consumenten, het draagvlak onder werknemers, milieuschade en sociale onrust.

Het is aan wetenschappers om modellen te ontwikkelen op basis waarvan deze betere risico- inschattingen kunnen worden gemaakt. Dat is niet revolutionair. Zij zijn daartoe goed in staat, maar zij hebben veel rijkere en beter gestructureerde data nodig. Met alleen beurskoersen kom je er niet meer. Het probleem is: waar komen die betere data vandaan?

De jaarverslaggeving zal daarbij een belangrijke rol moeten gaan spelen. Gedeeltelijk zijn de benodigde data daarin al voorhanden, maar het probleem is vaak dat ze niet zijn te vertalen in een meetbare score die als invoer in een model kan dienen. De data die beschikbaar komen over de genoemde niet-financiële factoren zijn vaak te vaag, niet vergelijkbaar of onbetrouwbaar. Verslaggeving moet een enorme stap maken naar een verslag waarin veel betere data voor het inschatten van risico worden gegeven.

Men zou dus verwachten dat accountants hier bovenop zitten. Na jaren van afnemende relevantie van de accountant voor kapitaalmarkten, is dit een uitgelezen kans om relevantie terug te winnen. De ontluisterende realiteit is echter dat slechts enkele accountants zich hiermee bezighouden. Die jarenlange eenzijdige focus op winst en vermogen zit zo diep in de haarvaten van accountants, dat ze de kans om relevanter te worden niet meer zien. Het is te hopen dat er snel meer accountants opstaan die deze taak wel oppakken.

Reactie Robert van der Laan:

Professor Erik Roelofsen stelt dat de rol van de accountant richting de belegger anders moet (FD 8 februari). Risico’s kunnen niet objectief worden ingeschat op basis van historische gegevens en het jaarverslag dient meer strategisch relevante data over risico’s te geven. Tot zover ga ik mee met de redenering van Roelofsen.

Sterker, dit is de essentie van het debat over integrated reporting. Mijn collega-accountants en ik wensen daar ook op te worden aangesproken. Financiële cijfers zeggen onvoldoende over de prestaties en risico’s die het menselijk kapitaal van de onderneming betreft. Risico’s moeten concreet, toetsbaar en vergelijkbaar worden gemaakt in het jaarverslag.

Het gekke is dat accountants dit nog nauwelijks beseffen, aldus Roelofsen, en de ontluisterende realiteit is dat slechts enkele accountants zich hiermee bezighouden. Op dit punt stel ik mij te weer. De discussie wordt wereldwijd getrokken door de International Integrated Reporting Council. Ook de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants roert zich.

Echter, ondernemingen willen uit angst voor nieuwe regels niet dat accountants dit debat trekken. Het echte werk moet bovendien gebeuren door de onderneming zelf. Ondernemingen maken voortgang, maar het lukt ze nog niet om beter inzicht te verschaffen in de (niet-financiële) risico’s. Mijn boodschap is dat wetenschap, beleggers, ondernemingen en accountants de handen ineen moeten slaan om de belegger verder te helpen.