Toezicht houden op: Duurzaamheid

Commissarissen vinden duurzaamheid belangrijk. Uit de rondetafelbijeenkomsten met commissarissen en toezichthouders die we regelmatig rond dit onderwerp organiseren, komt naar voren dat veel van hen al ervaring hebben opgedaan met maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). De meeste van hen vinden ook dat ze een rol hebben in het agenderen van het onderwerp bij het ondernemingsbestuur. Maar gemakkelijk vinden ze het niet. Hoe geef je MVO praktisch gezien handen en voeten? Hoe maak je MVO operationeel? Hoe meet je de resultaten? Commissarissen en toezichthouders moeten het bestuur van hun onderneming of organisatie kritische vragen kunnen stellen hierover. Wij doen hiervoor een aanzet.

‘Fatsoenlijk en netjes’

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een manier van bedrijfsvoering die gericht is op een balans tussen economisch profijt (profit), respect voor de sociale kant (people) binnen de ecologische randvoorwaarden (planet). De commissie Burgmans, die in 2008 in opdracht van het kabinet aanbevelingen deed voor het opnemen van MVO in de corporate governance van ondernemingen, schreef in haar rapportage: ‘In de kern betekent maatschappelijk verantwoord ondernemen niets meer of minder dan ondernemen op een manier die fatsoenlijk en netjes is en als zodanig door de samenleving wordt ervaren.’ Burgmans onderstreepte daarmee het belang van openheid van een onderneming over haar doen en laten en het gesprek dat zij moet aangaan met de maatschappij. Mede door de aanbevelingen van Burgmans c.s zijn er bij de herziening van de code voor goed ondernemingsbestuur enkele (summiere) bepalingen over MVO opgenomen. In de code staat dat het bestuur en de raad van commissarissen bij hun ‘taakuitoefening aandacht besteden aan de voor de onderneming relevante maatschappelijke aspecten van ondernemen’. Het bestuur dient hierover te rapporteren.

Geen standaard-MVO

Er bestaat niet zo iets als standaard-MVO. Voor een bouwbedrijf betekent MVO vooral veel aandacht voor veiligheid en milieuthema’s als duurzaam bouwen, energiebesparing en afvalreductie. Voor een zakelijke dienstverlener zijn milieu aspecten minder essentieel en zal de prioriteit liggen bij het personeelsbeleid, de arbeidsvoorwaarden, diversiteit of de rol in de samenleving. Voor alle ondernemingen geldt dat ze naar de hele productieketen moeten kijken. MVO is dus maatwerk.
Essentieel is dat aspecten rond duurzaamheid (in de breedste zin van het woord) zijn verankerd in de strategie. Een onderneming of organisatie die haar doelen op ‘fatsoenlijke en nette’ manier, wil bereiken, ontkomt er niet aan de weg daar naar toe helemaal te verduurzamen.

Vragen over maatschappelijk verantwoord ondernemen

Vragen op het gebied van maatschappelijk verantwoorden vloeien voort uit de drie nauw verbonden rollen voor de commissarissen: werkgever voor de leden van de raad van bestuur, toezichthouder en adviseur.

Vragen vanuit de rol van werkgever

Commissarissen zijn verantwoordelijk voor de benoeming, beloning, beoordeling en het ontslag van bestuurders. Zij hebben dus de taak een gewenst profiel van het (toekomstige) management op te stellen. Daarbij zijn niet alleen de technische en inhoudelijke bestuurskwaliteiten belangrijk. Een bestuurder moet passen bij het profiel van een onderneming of organisatie en dus ook bij haar ‘normen en waarden’.

  • Belonen: moeten we inspanningen en resultaten op het gebied van duurzaamheidsbeleid meenemen in de beloning?
  • Opvolgingsplanning: hoe ziet het profiel er uit van (toekomstige) bestuurders? Moet een scherp oog voor duurzaamheidsvraagstukken of een ‘trackrecord’ op dit gebied onderdeel zijn van zo’n profiel?
  • Gedrag: worden de ethische aspecten van de bedrijfsvoering voldoende uitgedragen binnen en buiten de onderneming?

 

Vragen vanuit de rol van toezichthouder

Duurzaamheidskwesties raken vaak de kernactiviteiten van een onderneming. Brandstofverbruik bijvoorbeeld is voor een luchtvaartmaatschappij van strategisch belang. Hetzelfde geldt voor schoon water voor een bierbrouwer of grondstoffen voor de levensmiddelenindustrie.

  • Kennis: heeft de RvC zelf voldoende deskundigheid op het gebied van MVO?
  • Compliance: de code voor goed ondernemingsbestuur schrijft voor dat ondernemingen aan de slag moeten met MVO en moedigt ondernemingen aan hierover te publiceren. Gebeurt dat in voldoende mate?
  • Continuïteit: Kan (toekomstige) schaarste en prijsvorming een risico vormen voor de continuïteit van uw onderneming?
  • Risicomanagement: Hoe groot is het risico op reputatieschade? En zit dat in de eigen manier van produceren of juist in de keten (klanten en toeleveranciers)?
  • Aandeelhoudersbelang: de manier waarop een onderneming handelt, beïnvloedt de perceptie over de onderneming en (dus) de waarde. Hoe waarderen aandeelhouders uw MVO-beleid?
  • Belang andere stakeholders: hoe beïnvloedt de manier waarop uw onderneming handelt andere stakeholders zoals medewerkers, klanten, leveranciers, maar bijvoorbeeld ook maatschappelijke organisaties?
  • Transparantie: geeft de onderneming voldoende invulling aan de openheid en verslaggeving zoals verwoord in de code?

Vragen vanuit de rol van adviseur

De commissaris heeft een belangrijke adviesfunctie. De raad adviseert bijvoorbeeld bij belangrijke strategische beslissingen. Het voeren van een geïntegreerd duurzaamheidsbeleid heeft invloed op de strategie en kan zaken als verdienmodellen beïnvloeden.

  • Prioritering: heeft de RvB genoeg oog voor MvO. Zou er meer moeten gebeuren?
  • Kennis: heeft RvB voldoende kennis in huis of ingeschakeld met betrekking tot MVO?
  • Innovatie: door maatschappelijk verantwoord te produceren krijgen ondernemingen vaak een concurrentievoordeel. Wordt duurzaamheid ingezet als onderscheidende factor?
  • Integraal beleid: maakt MVO daadwerkelijk deel uit van de strategie of gaat het om ‘losse’ maatregelen en projecten?
  • Dilemma’s: MVO betekent afwegingen maken. Is het bestuur hier duidelijk in? Welke belangen krijgen welke prioriteit en welke stakeholder is in welke situatie doorslaggevend?
  • Wet- en regelgeving: anticipeert de onderneming of organisatie op toekomstige wet- en regelgeving? Gebruikt ze haar invloed om die wet- en regelgeving eventueel te beïnvloeden?