Afvalstoffenbelasting en accijnzen

Afvalstoffenbelasting en accijnzen

Afvalstoffenbelasting en accijnzen zijn onderwerpen waarover in de afvalindustrie regelmatig onduidelijkheid bestaat. Onder welke voorwaarden bent u wel of niet belastingplichtig? Bovendien verandert de fiscale wet- en regelgeving op milieugebied regelmatig. Afvalverwerkinginrichtingen zijn belastingplichtig over afval dat bij hen wordt gestort en over verwijdering van afvalstoffen die binnen de inrichting zijn ontstaan. Het doel van de afvalstoffenbelasting is het stimuleren dat afval vanuit milieuperspectief op een zo goed mogelijke manier wordt verwerkt. Hergebruik en uiteraard het voorkomen van afval zijn het meest wenselijk, storten en verbranden het minst. Het begrip ‘nuttige toepassing’ biedt mogelijkheden om besparingen te realiseren op de afvalstoffenbelasting. Hierbij is van groot belang de naleving van de kaderrichtlijn afvalstoffen evenals de actuele regelgeving en de daarbij geldende strikte voorwaarden, die overigens regelmatig wijzigen als gevolg van jurisprudentie. Hierdoor kan discussie ontstaan over eventuele naheffingen van de Belastingdienst, ondanks het nuttig toepassen van een afvalstof binnen een inrichting of het benutten van secundaire bouwstoffen (zoals AVI-bodemas en asfaltgranulaat) van oude, buiten werking gestelde en gesaneerde stortplaatsen.

Accijnzen

Over sommige soorten afval die als brandstof dienen, kan de overheid accijns (na-)heffen. Dit geldt ondermeer voor afvaloliën en restproducten van de chemische industrie, maar ook voor bepaalde plantaardige en dierlijke vetten en oliën. Deze producten kwalificeren mogelijk als minerale oliën of worden hiermee gelijkgesteld. Naar aanleiding hiervan kunnen zich situaties voordoen waarin milieuwetgeving voorschrijft dat verontreinigde minerale oliën volgens een bepaalde methode moeten worden vernietigd, waarbij de bij de verbranding vrijkomende warmte zoveel mogelijk nuttig moet worden toegepast. Het gevolg hiervan kan zijn dat de douane oordeelt dat er hierbij sprake is van het gebruik als brandstof voor verwarmingsdoeleinden wat tot heffing van accijns zou leiden. Belangrijk in dit kader is het in aanmerking komen voor een vrijstelling van accijns op de uitslag en de invoer van in de wet op de accijns gedefinieerde minerale olien, andere dan koolwaterstoffen (bijvoorbeeld diverse biobrandstoffen, dierlijke vetten e.d.) die bestemd zijn voor verwarmingsdoeleinden. De vrijstellingsgenietende in het bezit is van een zogenaamde accijnsgoederenplaats (AGP). Deze vrijstelling is onder meer van belang voor bedrijven die hun afvalproducten (zoals dierlijke vetten) verkopen om als brandstof te worden gebruikt.

Multidisciplinaire aanpak

PwC ondersteunt u graag op het gebied van afvalstoffenbelasting en accijnzen. Samen met u brengen we de mogelijke risico’s en de kansen van de actuele fiscale wet- en regelgeving voor uw specifieke situatie in kaart. Dit maakt het mogelijk aanzienlijke kostenbesparingen te realiseren op het gebied van milieubelastingen. Net zoals wij in de afgelopen jaren al bij diverse bedrijven in de afvalbranche hebben gedaan, kunnen wij ook u assisteren bij controles van de Douane wat betreft mogelijke (na)heffing van accijns. Door het hoge kennisniveau en de uitstekende marktkennis kunnen onze specialisten steeds tijdig inspelen op toekomstige ontwikkelingen.